Iedereen professor!

Titel, toga en promotierecht voor universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren

In English

Hoewel universitair (hoofd)docenten grotendeels dezelfde plichten als hoogleraren hebben, hebben ze niet dezelfde rechten. De Jonge Akademie pleit met ‘Iedereen professor!’ voor het loskoppelen van de rechten rondom een promotietraject van het functieprofiel hoogleraar en voor het toekennen van deze rechten aan alle universitair (hoofd)docenten. Concreet betekent dit: iedere universitair docent, universitair hoofddocent of hoogleraar mag een toga dragen, de titel professor voeren, in leescommissies in eigen en andere universiteiten optreden, meestemmen over cum laude en, indien passend, eigen promovendi promoveren tot de graad ‘doctor’.

Terwijl dit idee steeds breder gedragen wordt, lukt het niet om dit in te voeren op de Nederlandse universiteiten. De bal leggen we daarom nu bij universiteiten en faculteiten. Met deze praktische handleiding hopen we dit gesprek binnen de academische gemeenschap te bevorderen op weg naar ’Iedereen professor!’. In de Nederlandse wet is ‘Iedereen professor!’ al geregeld. En nu vele deskundigen en bestuurders er ook voor pleiten is het wat ons betreft hoog tijd om van omarmd idee tot omarmde praktijk te komen.

We geven in deze handleiding:

Alle downloads vind je onderaan de pagina.

Deze handleiding is bedoeld om het gesprek binnen de academische gmeenschap over ‘Iedereen professor!’ breed te kunnen voeren. We horen dan ook graag hoe dat gesprek binnen de universiteiten en faculteiten verloopt.

Hoe is het nu geregeld met de rechten rond promotietrajecten?

De wetenschappelijke staf op de Nederlandse universiteiten is grotendeels ingedeeld in drie hiërarchische functieniveaus (met daarbinnen twee subniveaus): universitair docent (ud), universitair hoofddocent (uhd) en hoogleraar. Daarnaast bestaan er ook nog onderwijs- en onderzoeksfuncties, die we hier buiten beschouwing zullen laten. Hoewel medewerkers in al deze functies in principe gepromoveerd zijn, zelfstandig onderwijs geven en een eigen onderzoekslijn opzetten en uitvoeren, mag in Nederland alleen een (adjunct) hoogleraar de titel ‘professor’ voeren.

Professoren (op dit moment dus hoogleraren) hebben standaard een aantal formele en informele rechten en bevoegdheden die u(h)d’s niet hebben:

  • Het promotierecht of ius promovendi, oftewel de doctorsgraad toekennen. Hoewel ud’s en uhd’s het promotierecht wettelijk mogen hebben, wordt het op dit moment aan een beperkte groep uhd’s en een enkele ud toegekend (zie dit rapport). Hierbij worden voorwaarden gesteld met betrekking tot succesvolle verwerving van onderzoeksgelden en eerdere begeleiding van promovendi.
  • Deelname aan lees- of promotiecommissies (de regels verschillen per universiteit).
  • Toga’s: bij officiële academische plechtigheden mogen alleen de (adjunct) hoogleraren een toga dragen.
  • Inaugurele rede: alleen hoogleraren geven een inaugurele rede na hun benoeming waarin zij hun onderzoekslijn presenteren.
  • Hoogleraren leggen een groter gewicht in de schaal als het gaat om het beoordelen van wetenschappelijke kwaliteit, zelfs als zij niet de meeste expertise bezitten bij het beoordelen van een promotie/proefschrift. Een promotiecommissie moet uit een minimaal aantal hoogleraren bestaan en op een aantal universiteiten hebben alleen hoogleraren een stem in het beoordelen van cum laude.

Gelijke plichten betekent gelijke rechten

Wat betreft onderwijs, onderzoek en onderzoeksbegeleiding doen universitair (hoofd)docenten en hoogleraren inhoudelijk vergelijkbaar werk. Allen zijn expert in het eigen vakgebied, worden geacht beurzen te verwerven, projecten te leiden, een onderzoekslijn inhoud te geven, peer reviewer te zijn voor artikelen en subsidievoorstellen, onderwijs te geven, kwaliteit en wetenschappelijke integriteit te waarborgen en promotietrajecten vorm te geven en te begeleiden. Toch zijn er grote verschillen in de rechten die zij hebben. Zoals hierboven genoemd, mag een hoogleraar o.a. bij officiële gelegenheden een toga dragen, een oratie houden, promotietrajecten zelfstandig begeleiden, de kwaliteit van proefschriften beoordelen en tijdens een promotieceremonie de promovendus met de titel ‘doctor’ bekleden.

Dit verschil in wat je doet en wat je mag, vindt De Jonge Akademie vreemd. Bij dezelfde plichten (begeleiden) horen ook dezelfde rechten (promoveren). Daarom pleit De Jonge Akademie voor ‘Iedereen professor!': het loskoppelen van de rechten die verbonden zijn aan promotietrajecten en academische plechtigheden van het functieprofiel hoogleraar. Praktisch stellen we voor: iedere universitair docent (ud), universitair hoofddocent (uhd) of hoogleraar mag een toga dragen, de titel professor voeren, in leescommissies in eigen en andere universiteiten optreden, meestemmen over cum laude, en indien passend, eigen promovendi promoveren tot de graad ‘doctor’. Ere wie ere toekomt.

Let wel, ‘Iedereen professor!’ is geen pleidooi voor algehele nivellering of het ontbreken van bevorderingsmogelijkheden of carrièrepaden. Wij zeggen: behoud functieniveaus en laat mensen daarin doorgroeien op basis van transparante en onafhankelijke beoordelingen. ‘Iedereen professor!’ moedigt universiteiten, faculteiten en de academische gemeenschap aan om na te denken over bevorderingsmogelijkheden en hoe we de takenhiërarchie en verantwoordelijkheidshiërarchie vormgeven.

De Jonge Akademie ziet ‘Iedereen professor!’ als een belangrijke stap naar een evenwichtiger en gezonder academisch klimaat waarin academici van alle leeftijden en met verschillende ervaringen en achtergronden beoordeeld worden op hun waarde en competenties, en minder op basis van titels. Dit sluit naadloos aan bij het lopende debat rond Erkennen en Waarderen. Met ‘Iedereen professor!’ maken we maximaal gebruik van de expertise die onze universiteiten herbergen doordat meer passende begeleiding en beoordeling kan plaatsvinden.

Dit is toch geen nieuw idee?

‘Iedereen professor!’ is geen nieuw idee: in de VS en veel van onze buurlanden zijn de ‘cosmetische verschillen’ afwezig en is iedereen professor. Zelfs in Nederland waren die verschillen er tot de jaren zeventig van de vorige eeuw niet. Het idee is in de afgelopen tien jaar in Nederland al door velen geopperd en ondersteund. Bijvoorbeeld door Kees Storm in zijn oratie in 2018, door WO in Actie-leden  Rens Bod, Remco Breuker en Ingrid Robeyns in hun 40 stellingen over de wetenschap, Jan Smits in het NRC Handelsblad, door Hieke Huistra in Trouw. Ook wij maken in ons project ‘Iedereen professor!’ al een tijd bezwaar tegen de kunstmatige verschillen in bevoegdheden tussen wetenschappers in ons systeem — een pleidooi dat omarmd wordt door de president van de KNAW.

Welk probleem lost ‘Iedereen professor!’ op?

De cosmetische verschillen – toga’s, promotierecht, titel – zijn wat ons betreft niet onschuldig. In navolging van het KNAW-rapport Sociale veiligheid in de Nederlandse wetenschap adviseert ook de Adviescommissie Divers en Inclusief Hoger Onderwijs en Onderzoek van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap om de hiërarchische structuur verder af te vlakken, onder andere door het ius promovendi uit te breiden naar alle ud’s en uhd’s. Het opheffen van de cosmetische verschillen kan bijdragen aan het afvlakken van deze hiërarchische structuur en dus aan het creëren van een sociaal veiliger klimaat waarin veelal jongere academici zich uit durven te spreken zonder bang te zijn voor de gevolgen als hoogleraren het niet met hen eens zijn. Zeker als ook de automatische keuze voor hoogleraren in werkgroepen en commissies losgelaten wordt en de beleids- en besluitvorming inclusiever. Op dit moment zijn namelijk meer zaken ‘door gewoonte of gebruik’ gekoppeld aan het hoogleraarschap. Zo is lidmaatschap van bestuurlijke gremia vaak voorbehouden aan hoogleraren, en kennen veel faculteiten en afdelingen een informeel hooglerarenberaad dat adviseert over het beleid van de faculteit of afdeling. Hoewel dit niet automatisch verandert wanneer iedereen gelijke rechten heeft, is het goed om bewust ervan te zijn dat dit gewoonterecht van invloed is op de beleids- en besluitvorming op onze universiteiten.

Daarnaast draagt ‘Iedereen Professor!’ bij aan het oplossen van de ‘symbolische schaarste’ die gecreëerd is doordat de titel, toga en andere rechten rondom promoties gekoppeld zijn aan het functieprofiel hoogleraar. In vele faculteiten is maar beperkte doorgroeimogelijkheid voor ud’s en uhd’s. Niet omdat zij niet voldoende presteren, maar omdat het huidige ‘functiehuis’ onvoldoende ruimte biedt om door te groeien naar een volgend functieprofiel. Door invoering van ‘Iedereen professor!’ krijgen ook ud’s en uhd’s die in werkelijkheid alle taken op zich nemen en voor bevordering in aanmerking zouden komen bij voldoende formatieruimte, de mogelijkheid hun inhoudelijke expertise te delen en aan te tonen. Dit laatste is ook zeker relevant in een internationale context, bijvoorbeeld bij het aanvragen van Europese beurzen waarbij het ontbreken van de titel professor gezien wordt als een teken van onervarenheid, terwijl dat geen juiste voorstelling is van de ervaring van de ud en uhd.

We verwachten ook dat het implementeren van ‘Iedereen professor!’ Nederland aantrekkelijker zal maken voor talentvolle academici. Bij het beoordelen van het ‘academisch klimaat’ hechten (internationale) wetenschappers namelijk veel belang aan de kwaliteit van de omgeving waar zij in terecht komen, aan openheid, doorgroeimogelijkheden en de garantie om zich onafhankelijk te kunnen ontwikkelen in onderwijs en onderzoek. De afhankelijkheid van een hoogleraar ademt niet die gewenste onafhankelijkheid en vrijheid om zelfstandig onderzoek te initiëren en uit te voeren.

Maar bovenal: ‘Iedereen professor!’ zorgt voor meer werkplezier omdat een groter gedeelte van de academische staf de mogelijkheid krijgt promovendi te begeleiden en daarvoor passend erkend te worden. Het trotse moment van toekenning van de doctorstitel, is daarbij de kers op de taart.

Nieuwsbericht Iedereen professor!

Symposium op 1 februari 2024 

De Jonge Akademie hoopt dat in 2023 concrete stappen worden gezet binnen universiteiten richting ‘Iedereen professor!’. Wij willen hierin graag het voortouw nemen: nu is de tijd om het gesprek binnen de Nederlands academie te voeren en om te zetten in acties. De Jonge Akademie nodigt alle geïnteresseerden uit om hierover in debat te gaan onder leiding van Ineke Sluiter tijdens het ‘Iedereen professor!’ symposium op 1 februari 2024, 15.00-17.00 uur te Amsterdam.

Aanmelden kan al via deze link.

Meer informatie over dit symposium volgt via een nieuwsbericht.

Images

Contactgegevens 

De Jonge Akademie
Postbus 19121
1000 GC Amsterdam
Telefoon: 020 551 0867
E-mail: 
dja@knaw.nl

Ga naar contact

Over

De Jonge Akademie is een dynamisch en innovatief platform van onderzoekers uit verschillende disciplines met visie op wetenschap en wetenschapsbeleid.

Meer over De Jonge Akademie  > 

 

Cookie settings