De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

De drijfveren van Annemieke Aartsma-Rus

27 november 2017

Waarom is iemand de wetenschap ingegaan? En waarom blijft die doorgaan in het onderzoek? We vragen het aan leden van De Jonge Akademie. 
Deze keer: Annemieke Aartsma-Rus

Drijfveren
Foto: Piek

In welk vakgebied ben je afgestudeerd?

Ik heb biomedische wetenschappen gestudeerd in Leiden en ben afgestudeerd in de moleculaire biologie (genetica).

Werk je nog steeds in je vakgebied?

Ik ben hoogleraar translationele genetica aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Mijn onderzoek richt zich vooral op het ontwikkelen van een genetische therapie voor Duchenne spierdystrofie en andere zeldzame ziekten.

Wat was je oorspronkelijke drijfveer om de wetenschap in te gaan?

Ik was van jongs af aan al geïnteresseerd in wetenschap, vooral biologie en scheikunde. Mijn vader was huisarts en ik merkte dat er voor veel ziektes geen medicijnen zijn. Dat inspireerde me om binnen de wetenschap de biomedische kant te kiezen. Tijdens mijn studie vond ik vooral immunologie leuk. Tijdens mijn stages heb ik ontdekt dat ik genetica en het genetisch onderzoek nog veel leuker vond.

Zijn deze drijfveren veranderd in de loop der jaren, bijvoorbeeld tijdens het promotietraject of in latere fases in je carrière?

Mijn promotieonderzoek (het opzetten van een mogelijke therapie voor Duchenne spierdystrofie) sloot perfect aan bij mijn drijfveren, namelijk het ontwikkelen van een behandeling voor een ziekte waar momenteel nog geen echte behandeling voor is. Tijdens mijn studie zijn mijn interesses dus wel veranderd, van immunologie naar genetica. 
Inmiddels weet ik dat er bij het ontwikkelen van een medicijn veel meer komt kijken dan experimenten in cel- en diermodellen en patiënten. Het is heel belangrijk om met alle belanghebbenden op één lijn te zitten. Ik heb gemerkt dat ik goed ben in het samenbrengen van belanghebbende groepen en dan als tolk kan fungeren om te zorgen dat de partijen (patiënten, artsen, wetenschappers, 'regulators' etc.) elkaar en elkaars perspectief begrijpen. Overigens is deze drijfveer (ik vind het leuk en ben er goed in) niet in plaats van mijn oorspronkelijke drijfveer gekomen.

Komen je huidige en oorspronkelijke drijfveren overeen met die van collega’s? Indien niet, welke verschillen zijn er?

Ik denk dat veel collega’s in het translationele veld van medicijnontwikkeling de drijfveer delen om therapieën te ontwikkelen voor patiënten voor wie er nog geen behandeling is. Als ik om me heen kijk, denk ik dat ik redelijk uniek ben in het samenbrengen van de verschillende partijen – in elk geval in het Duchenne veld en aanverwante velden. Ik werk ook samen met fundamentele onderzoekers. Ik merk dat zij vooral worden gedreven door nieuwgierigheid.

Denk je dat voor jonge onderzoekers bepaalde drijfveren bepalend kunnen zijn voor het wel of niet doorgaan in de wetenschap?

Ik denk dat passie voor je werk doorslaggevend is. Welk onderzoek je precies gaat doen zal ook afhangen van je voornaamste drijfveer. Voor het translationele onderzoek werken contacten met patiënten/ouders motiverend. Hierdoor word je geconfronteerd met het feit dat er nog geen behandeling is voor de ziekte waar je op gericht bent en welke impact dat heeft op hun dagelijks leven.
Maar naast drijfveren zullen ook andere omstandigheden meehelpen: Werk je in een stimulerende omgeving waar je je talent kwijt kunt en waar je je verder kunt ontplooien? Is er financiering beschikbaar of te verkrijgen voor jouw onderzoek? Dus hoewel passie en nieuwsgierigheid, denk ik, het belangrijkste zijn, is het wel noodzakelijk dat de ze gecultiveerd kunnen worden.

Kunnen bepaalde drijfveren bepalend zijn voor een carrière in de wetenschap?

Zeker. Zonder drijfveren loop je stuk in de wetenschap. Passie, nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen zijn belangrijke eigenschappen. Je moet beseffen dat je vaker ‘nee’ zult horen dan ‘ja’ – dat geldt voor (vrijwel) alle wetenschappers. Bijvoorbeeld als het gaat om het publiceren van wetenschappelijke artikelen of het verkrijgen van projectgelden. Ook kunnen experimenten mislukken en kunnen hypotheses fout zijn. Dan is het belangrijk dat je niet bij de pakken gaat neerzitten, maar aan de slag gaat met de ontvangen kritiek of resultaten en daarop verder bouwt.

Annemieke Aartsma-Rus

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken