De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

De drijfveren van Andrea Evers

20 november 2017

Waarom is iemand de wetenschap ingegaan? En waarom blijft die doorgaan in het onderzoek? We vragen het aan leden van De Jonge Akademie. 
Deze keer: Andrea Evers

Drijfveren foto in actie
Foto: Werry Crone

In welk vakgebied ben je afgestudeerd?

Ik ben afgestudeerd als klinisch psycholoog, maar was altijd al gefascineerd door de samenhang tussen psychologie en geneeskunde. Vooral de vraag hoe lichaam en geest elkaar beïnvloeden. Zo wist ik al vroeg dat ik óf psychologie óf geneeskunde wilde studeren, omdat ik graag iets wilde doen wat er echt toe deed en gezondheid in de breedste zin van het woord me toch het meest belangrijk leek.
Alleen kon ik niet kiezen welke van de twee ik belangrijker vond – psychologie of geneeskunde. Totdat ik me de vraag stelde: Wat is erger, dat iemand zijn been kwijtraakt of dat iemand er niet mee kan omgaan dat die zijn been kwijtraakt? Dat laatste leek me veel erger, dus vanaf dat moment wist ik zeker dat ik psychologie moest kiezen.

Werk je nog steeds in je vakgebied?

Ik werk nu op het snijvlak van psychologie en geneeskunde als hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de vakgroep Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie.
In de loop van mijn carrière ben ik er ook steeds meer achter gekomen dat precies het snijvlak tussen de verschillende disciplines mijn grootste belangstelling heeft, omdat we dan kennis vanuit twee werelden bij elkaar brengen en hierbij ontzettend veel vernieuwing mogelijk is.
Ik vind het zelf het interessantst als het onderzoek betreft waar veel verschillende disciplines bij elkaar komen. Te merken dat je met soortgelijke thema’s bezig bent vanuit verschillende disciplines en daardoor tot hele nieuwe oplossingen kunt komen, blijft me fascineren.

Wat was je oorspronkelijke drijfveer om de wetenschap in te gaan?

Ik kon na mijn studie niet meteen kiezen of ik de wetenschap wilde ingaan of als behandelaar en klinisch psycholoog wilde werken. Uiteindelijk heb ik alle twee gedaan, maar ligt mijn hoofdfocus bij de wetenschap. De belangrijkste drijfveer om de wetenschap in te gaan was dat ik boven het niveau van een individuele behandeling wilde uitstijgen. Ik vond dat ik meer kon bijdragen als ik met wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld kon aantonen dat iets werkte en dat dan meer mensen ten goede kan komen dan alleen individuele cliënten.
Daarnaast hou ik erg van de academische sfeer en tradities. Universiteiten zijn kennisinstellingen met doorgaans zeer oude en lange tradities waarin het leren centraal staat, alleen dat al vind ik bijzonder inspirerend. Als ik ergens op vakantie ben in het buitenland, ga ik vaak ook universiteiten opzoeken en ben ik gefascineerd door de schoonheid van deze oude tradities.

Zijn deze drijfveren veranderd in de loop der jaren, bijvoorbeeld tijdens het promotietraject of in latere fases in je carrière?

Mijn drijfveren zijn nog steeds hetzelfde gebleven. Mijn drijfveren vormen ook de basis van wat ik doe. Zonder deze motivatie zou ik zelf veel moeilijker kunnen omgaan met alle ups en downs die het wetenschappelijk werken met zich mee brengt. Wel zijn er sinds mijn promotie veel taken bijgekomen, bijvoorbeeld op het gebied van wetenschapsbeleid en management. Maar ook deze taken doe ik precies vanuit dezelfde drijfveer. Ook hou ik van een afwisselende, uitdagende en inspirerende werkomgeving. Als er maar genoeg tijd overblijft om met de wetenschap zelf bezig te blijven, dat is wel voor mijn een voorwaarde om veel andere taken erbij te doen.

Komen je huidige en oorspronkelijke drijfveren overeen met die van collega’s? Indien niet, welke verschillen zijn er?

Ik ben er altijd vanuit gegaan dat iedereen vanuit dezelfde drijfveer de wetenschap is ingegaan. Namelijk om uiteindelijk een verschil in de wereld te kunnen maken met datgene wat je onderzoekt, dus de wereld er uiteindelijk een beetje beter mee te maken. Naast het feit dat het gewoon leuk en uitdagend is om met wetenschap bezig te zijn, in het bijzonder mijn eigen vakgebied. Mede door gesprekken te voeren met andere wetenschappers hierover kwam ik erachter dat dat niet zo is en drijfveren heel verschillend kunnen zijn. Ik vind het daarom ook zo leuk en belangrijk dat we met dit project gestart zijn en kijk erg uit naar alle toekomstige bijdragen van de collega’s.

Denk je dat voor jonge onderzoekers bepaalde drijfveren bepalend kunnen zijn voor het wel of niet doorgaan in de wetenschap?

Drijfveer en motivatie is mijns inziens waar het om draait. Je kunt zo veel leren als je maar gemotiveerd bent en iets heel graag wilt. Dit is ook het belangrijkste criterium voor mij bij de selectie van jonge onderzoekers. Het is een vak waar je heel veel moet investeren zonder dat je zeker weet dat je er ook altijd veel voor terug krijgt. Bijvoorbeeld als de resultaten tegenvallen of een studie niet gelukt is. Alleen als je erg gemotiveerd bent en veel passie hebt voor wat je doet, lukt het je om hiermee op een goede manier om te gaan.

Kunnen bepaalde drijfveren bepalend zijn voor een carrière in de wetenschap?

Ik denk zeker dat drijfveer bepalend is in de wetenschap. Bij de meeste succesvolle onderzoekers proef ik een grote passie en drive voor hun vak. Passie maakt dat je extra je best doet, maar leidt er ook toe dat je anderen kunt enthousiasmeren voor je vak. Juist de passie voor je vak - die helemaal los staat van alle beloningen, status of andere externe prikkels - is datgene waar je anderen mee kunt overtuigen. Als we ervoor zorgen dat wetenschappers hun echte passie kunnen volgen, komen de innovaties vanzelf.

Andrea Evers

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken