De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

De drijfveren van Teun Bousema

10 januari 2018

Waarom is iemand de wetenschap ingegaan? En waarom blijft die doorgaan in het onderzoek? We vragen het aan leden van De Jonge Akademie. Deze week doet Teun Bousema zijn verhaal.

Foto Teun Bousema
Foto Fabien Beilhe

‘Misschien kun je wel de beste malariaonderzoeker van de wereld worden!’ Uit de ogen van mijn collega straalt een enthousiasme dat niet aanstekelijk werkt. Allereerst is het een vrij naïeve gedachte, ik ken tientallen onderzoekers die volgens mij meer aanspraak op die titel zouden kunnen maken. Daarnaast is het een drijfveer van het jaar nul.

Prestige

Ik zou liegen als ik zou zeggen helemaal gevoelloos te zijn voor prestige. Ik denk dat weinigen dat zijn. Zeker in de academische wereld waar je het duidelijk niet hoeft te doen voor het geld, vormt prestige vaak een alternatieve valuta. Eentje waarbij in ieder vakgebied andere regels gelden over wat de koers bepaald. Uiteraard is prestige wel iets dat ten opzichte van anderen bepaald wordt. Bij berggorilla’s is een lage bromtoon dé manier om een leider voorzichtig te benaderen en aan te geven dat je geen concurrent bent, dat je de hiërarchie respecteert. Ik heb collega’s waarbij ik me zo’n bromtoon inbeeld als ik met hen in gesprek ga. Hun superioriteit, reëel of gepercipieerd, moet gerespecteerd en af en toe benoemd worden. Het zijn de mannen – meestal zijn het mannen – die te pas en te onpas gedachtengoed claimen en in de schijnwerpers willen staan, vaak tot ver na hun pensioen.

Nieuwsgierigheid

Tegenover prestige staat nieuwsgierigheid als drijfveer. Dit is de meest pure drijfveer in het onderzoek waarbij de mening van de medemens irrelevant is: het is de onderzoeker die belangeloos de natuur, de kosmos of de geest probeert te doorgronden. ‘Ik ben 100% door nieuwsgierigheid gedreven’, verzuchtte de onderzoeker in ons theaterstuk Gewetenschap tijdens het invullen van de valorisatieparagraaf van een beursaanvraag.
Nieuwsgierigheid lijkt soms de enige acceptabele drijfveer te zijn, al het andere is water bij de wijn. Tijdens een cursus voor jonge onderzoeksleiders gaf een medisch onderzoekster met het schaamrood op de kaken toe dat zij misschien niet helemaal gedreven werd door nieuwsgierigheid. Ze wilde vooral iets zinnigs doen met haar onderzoek. Ik herken haar gevoel. Ik merk het ook bij mijn gedachten over proefdieronderzoek waarbij ik een ongemakkelijk gevoel ervaar als proefdieren louter gebruikt lijken te worden om een proces te begrijpen. Natuurlijk kan die kennis later leiden tot praktisch nut, maar ik merk bij mezelf dat ik proefdieronderzoek vooral acceptabel vind als een toepassing in de nabije toekomst reëel lijkt. Blijkbaar is voor mij nieuwsgierigheid alleen niet genoeg.

Maatschappelijke relevantie

Ik begon mijn carrière als malariaonderzoeker met grote basale vragen over de verspreiding van malaria. Mijn promotieonderzoek leverde bovendien meer vragen op dan antwoorden. Voldoende vragen voor een lang leven in de wetenschap, dacht ik. Maar naarmate mijn carrière vorderde wist ik, en wisten anderen, steeds meer van de grote vragen op te lossen. Sommige inzichten bleken voldoende relevant om het internationale gezondheidsbeleid te beïnvloeden. Er waren mooie momenten bij de Wereldgezondheidsorganisatie waarbij ik voelde dat mijn werk er werkelijk toe doet. Tegelijkertijd sijpelde wat pure nieuwsgierigheid weg. Zo sterk zelfs dat ik geregeld het gevoel heb dat de belangrijkste vruchten in mijn onderzoeksniche bijna geplukt zijn. Er zijn nog wel biologische vragen over, maar de grote vragen, de vragen waardoor gezondheidsbeleid kan veranderen, zijn grotendeels beantwoord of hoop ik in de komende jaren met collega’s te beantwoorden.
En daarmee rijst het onrustige gevoel dat ik mezelf opnieuw moet uitvinden om door te kunnen in de wetenschap. Ik kan niet vol overtuiging doorgaan met het onderzoeksveld waarin ik naam heb gemaakt, ik moet mijn activiteiten vrij drastisch gaan verleggen om mijn werk als nuttig te blijven ervaren.

Opleiden van onderzoekers

Gelukkig is er naast prestige, nieuwsgierigheid en maatschappelijke relevantie nog een vierde drijfveer: het opleiden van nieuwe onderzoekers. Daar put ik recentelijk steeds meer vreugde uit. De mogelijkheid om jonge onderzoekers te enthousiasmeren, te onderwijzen en vooral een platform te bieden om hun eigen drijfveren te ontdekken en in concrete plannen om te zetten. Dat is prachtig werk en houd ik een leven lang vol.

Teun Bousema

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken