De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Afscheid van de allereerste leden

18 maart 2010

Dit voorjaar vertrekken de pioniers, de allereerste lichting van veertig jonge wetenschappers die in 2005 het begin van De Jonge Akademie vormden.

Zij moeten na vijf jaar – volgens afspraak – plaatsmaken voor nieuwe toppers in de wetenschap. Bij hun aantreden werden de leden kort geïnterviewd over hun onderzoek, aan de hand van een voorwerp dat ze zelf uitzochten en meebrachten. Negen van die veertig vertellen nog eens wat zij hebben gemaakt van De Jonge Akademie, en wat die intussen heeft bereikt en betekend. Over jongetjes die altijd de boel in de fik willen steken, tot veranderde voorwaarden voor een Vici-beurs en de export van het hele idee van een jonge academie.

Niels Schiller (psychologie/taalkunde)


2005
Niels Schiller.jpg
Dit is een stel hersenen, van plastic. Mijn onderzoek gaat over praten, en dat wordt gestuurd door de hersenen. Ik onderzoek waar en wanneer daar iets gebeurt bij het spreken. Hoe het komt dat we met elkaar kunnen praten. En dan richt ik me vooral op de productiekant: hoe klanken ontstaan in de hersenen. Een van de dingen die daar bij horen is de vraag hoe ze aan elkaar plakken, elkaar beïnvloeden.

2010
Er wordt altijd van alles geroepen over interdisciplinariteit, maar wat betekent dat dan in de praktijk? Taal, genetica, geheugen, aandacht: dat waren vroeger losse gebieden, nu zijn ze sterk verweven. Je hebt informatie uit al die disciplines nodig, maar voor een persoon is dat niet te behappen. Daarom hebben we onder andere een cognitiesymposium georganiseerd in 2006. Daaruit zijn allerlei samenwerkingsprojecten ontstaan. Elkaar begrijpen is niet altijd gemakkelijk. In andere vakgebieden hanteren ze vaak net weer een verschillende terminologie en andere denkbeelden. De voordrachten op de bijeenkomsten van De Jonge Akademie zijn wat dat betreft altijd erg leerzaam. Je moet jargon vermijden, je spreekt voor nietvakgenoten. Zo leer je die barrières tussen vakgebieden te overbruggen.

Janneke Gerards (staats- en bestuursrecht)

Janneke Gerards.jpg2005
Dit is een rechtershamer. Ik hou me bezig met rechtelijke argumentatie. Als de zitting wordt afgesloten trekt de rechter zich terug en gaat nadenken. Mijn onderzoek gaat vooral over hoe hij zijn argumentatie zuiver houdt. Over dingen als gelijke behandeling, de vrijheid van meningsuiting enzovoort hebben we allemaal een mening, maar een rechter moet op een legitieme manier argumenteren. Ik werk aan modellen voor de verbetering van argumenten. Bijvoorbeeld door rechtsvergelijking. Als je kijkt naar hoe ze het doen in Amerika denk je misschien: hé, dat is aardig, maar ik kijk dan of iets wel of niet een goede methode is, en of het wel of niet in te voegen valt in ons eigen rechtssysteem.

2010
Het allerleukste is dat er zulke ongelofelijk goede wetenschappers uit alle vakgebieden bij elkaar zitten. Dat geeft inspiratie, nieuwe inzichten. Niet alleen inhoudelijk, je ziet bijvoorbeeld ook de verschillen in loopbaanbeleid bij verschillende faculteiten.
We hebben ons als DJA ook bemoeid met het nationale wetenschapsbeleid en gesproken met mensen van NWO,
de VSNU en het ministerie. Wij staan met onze poten in  de modder, en dan blijkt dat dingen soms anders werken dan zij denken. Bijvoorbeeld de Vici-beurs van NWO. Die mocht je aanvragen tot maximaal drie jaar nadat je tot hoogleraar was benoemd. Maar in alfa- en gammawetenschappen blijkt dat mensen relatief jong benoemd worden, die willen na drie jaar graag nog zo’n Vici-beurs. Dus dat is nu veranderd.

Juliette Walma van der Molen (media- en wetenschapseducatie)

Juliete Walma van der Molen.jpg2005
Een NRC en een kinderkrant, Kids Week. Ik onderzoek kinderen en nieuws: wat ze begrijpen, hoe ze ervan leren, welke emotionele reacties ze hebben. Kinderen worden ten onrechte niet als serieuze nieuwsconsumenten gezien. Ze volgen veel
meer dan we denken, zijn beter op de hoogte. Vanaf dat ze een jaar of negen zijn, lezen ze vaak de krant, en in Nederland heb je dat goede Jeugdjournaal, maar ze zien ook het gewone journaal. Ik kijk naar de informatieverwerking en de emotiepsychologie. Bijvoorbeeld naar de identificatie met slachtoffers en naar fictie-elementen in het nieuws.

2010
Ik heb De Jongste Akademie opgezet. Via een website leren kinderen wat wetenschap is en hoe je zelf onderzoek kunt doen. We hadden wel budget voor een mooie site, maar geen geld voor professionele filmpjes, dus hebben we elkaar gefilmd, bijvoorbeeld over hoe je een goede hypothese opstelt. Dan zien kinderen ook meteen dat wetenschappers geen oude mannen in witte jassen zijn. De site is een succes geworden en kinderen van een aantal scholen zijn enthousiast aan de slag gegaan. De winnaars van dit jaar hebben onderzocht wat het effect van cola op je tanden is. Ze hebben bij tandartsen tanden verzameld en daarna het effect van cola vergeleken met sinas, gewoon water en suikerwater. De wedstrijd werd dit jaar afgesloten met een spetterende middag in Nemo.

Marjolein van Asselt (sociale wetenschappen)

Marjolein van Asselt.jpg2005
Ik vond het een heel probleem een toepasselijk voorwerp te bedenken. Het is een verrekijker geworden, omdat ik me bezig hou met toekomstverkenningen, dus met onzekerheid en risico’s en de toekomst. Heel immaterieel. En ik heb expres een oude verrekijker genomen, omdat het oude thema’s zijn – in 1908 werd er al over geschreven in Nature. Hoe doe je nou zo’n toekomstverkenning voor beleid of het bedrijfsleven, is de vraag. Daarvoor ontwikkelen we ofwel zelf methodologie, of we kijken naar hoe mensen het in de praktijk doen, meer de sociologische benadering dus.

2010
In het begin was er alleen een lijst met veertig namen. De KNAW had er verder niet zo over nagedacht. Dat zagen wij als eerste bestuur als grote kans. We hebben voor een eigen secretariaat gezorgd. Dat soort dingen moet je meteen goed regelen. De eerste klap is een daalder waard. Verder had de KNAW wel reisbeurzen, maar dat was maar duizend euro, daar kun je natuurlijk niks mee. Die mogelijkheden zijn nu een stuk ruimer. De KNAW schrok eerst een beetje van al het leven in de brouwerij. Maar je bent maar vijf jaar lid, dus dan moet je echt iets doen. De Jonge Akademie is nu een factor van betekenis, zowel binnen als buiten de KNAW. Jonge onderzoekers willen er graag bij horen, en ook politiek en bestuurlijk Nederland weet ons te vinden.

Olivier Hekster (geschiedenis)

2005Olivier Hekster.jpg
Dit zijn kopieën van Romeinse munten. Munten zijn zo tastbaar, ze vormen een directe link tussen de oudheiden nu. Je hebt iets echts in handen, iets dat zij ook vast hebben gehad. Het gaat me om de beelden op de munten, hoe de keizers zich lieten afbeelden. Het waren de media van vroeger. Als historicus hou ik me ook bezig met andersoortige bronnen: standbeelden, mozaïeken. Ik ben geïnteresseerd in de Romeinse ideologie: wat wilden ze met de manier waarop ze zich lieten afbeelden, en hoe werd dat ontvangen? Je had toen centrale munten tegenover lokale. Als de lokale bijvoorbeeld allemaal Herculessen afbeeldden in een bepaalde periode, dan was dat een reactie op wat er centraal gebeurde.

2010
Ik heb vooral veel leuke mensen ontmoet die inspirerend en mooi onderzoek doen. En ondanks de verschillenden onderzoeksgebieden was het toch makkelijk om met elkaar te praten. Dat werd vooral duidelijk bij de lezingen die mensen over hun eigen onderzoek hielden. Ik denk dat niemand ooit het eind van zijn verhaal haalde, want er waren steeds interrupties en vragen. Relevante vragen, waardoor je zelf ook weer over je eigen onderzoek moet nadenken. Een van de leukste dingen vond ik De Jonge Akademie on wheels. Middelbare scholen bezoeken. De eerste en tweede klassen zijn nog makkelijk, daar heb je nog jongetjes en meisjes die enthousiast dingen durven vragen. Maar als ze ouder worden, is het niet stoer om geïnteresseerd te zijn. Toch zag je ook die leerlingen ontdooien in de loop van de dag.

Catholijn Jonker (kunstmatige intelligentie/cognitiewetenschap)

Catholijn Jonker.jpg2005
Pinocchio, want hij is het oudst bekende voorbeeld van artificieel leven. Artificiële intelligentie is als idee dus ouder dan science fiction. Hetzelfde verhaal van Pinocchio is ook weer opnieuw vormgegeven in de film A.I. van Spielberg. Mijn onderzoek gaat over onderhandelen, bestudeerd vanuit de cognitie. Hoe kun je een programma bouwen dat beter onderhandelt dan mensen, is de vraag. Vertrouwen speelt daar een grote rol bij, dus doe ik ook onderzoek naar vertrouwen. En mensen wel en niet kunnen vertrouwen is ook weer een thema in het verhaal van Pinocchio.

2010
Ik was de eerste voorzitter, we hadden veertig leden. Die hele begintijd was hartstikke leuk, met zijn allen iets nieuws uit de grond stampen. De Jonge Akademie ben je zelf, dat was de gedachte. Het is wat wij er met zijn allen van maken. Het bestuur zorgt dat het loopt, maar de leden nemen zelf de initiatieven. We moesten als bestuur eerst een reglement bedenken: hoe gaan we stemmen, wat doen we met geld, dat soort dingen. De drie tracés om het werk te organiseren zijn echt belangrijk, daar hebben we lang over gesproken. Het werkt goed, het bestaat na vijf jaar nog steeds. Voor mezelf heb ik aan De Jonge Akademie een netwerk van goede onderzoekers overgehouden voor de rest van mijn carrière. Ik heb nu ingangen in elk vakgebied.

Wiro Niessen (biomedische wetenschappen)

Wiro Niessen.jpg2005
Dit is een beeldje van de hindoegod Ghanesha. Ten eerste omdat ik werk met beelden van patiënten. Wat we doen, is het hart afbeelden zonder het open te hoeven te maken. Die beelden gebruiken we voor analyses. Ook is het een verwijzing naar vroeger, toen cultuur en wetenschap nog samengingen, iets dat je in de opzet van de KNAW nog terugvindt. Het is de god van de voorspoed, en hij komt uit India, waar ik een cursus medische beeldvorming gegeven heb.

2010
Wat ik echt geweldig vond aan De Jonge Akademie was het van gedachten wisselen met mensen die heel andere dingen deden dan ik – een theoloog, een moleculair-bioloog... Alleen al de krant van gisteren bespreken gaf vaak nieuwe inzichten. Dat is een mooi concept, zo met jonge enthousiaste mede-onderzoekers om tafel zitten. Daarnaast is er natuurlijk de maatschappelijke rol van De Jonge Akademie. Ik merk wel dat we iets bereiken. Binnen en buiten de wetenschap wordt er steeds meer naar ons geluisterd: jonge onderzoekers zijn nu een factor van betekenis geworden. En wat ik zelf ook heel belangrijk vond: het overbrengen op de volgende generatie van onze passie voor de wetenschap, en voor de rol die wetenschap in de samenleving kan spelen.

Hans Hilgenkamp (fysica)

Hans Hilgenkamp.jpg2005
Dit is een kristal, of eigenlijk een i-kristal van kwarts, het zijn er wee aan elkaar. Ik heb hem gekregen an een collega met wie ik vier jaar samengewerkt heb in Duitsland en Zwitserland aan supergeleiders. We werkten met oxidische materialen, dus materiaal waaraan zuurstof is toegevoegd, en het onderzoek richtte zich op de grensvlakken tussen kristallen. Daarnaast is het zo leuk omdat zo’n kristal op de atomaire schaal waar ik mee werk hetzelfde in elkaar zit als op grote schaal. Kristallen zijn fascinerend, ik moet ze ook altijd meenemen voor mijn kinderen.

2010
Het idee van De Jonge Akademie kwam uit Duitsland, waar toenmalig KNAW-president Pim Levelt het had opgepikt, dus zij krijgen natuurlijk alle eer. Maar ons voordeel was dat wij aansloten bij een nationale Akademie, terwijl in Duitsland elke deelstaat zijn eigen academie had. Inmiddels zijn de academies daar wel meer gecentraliseerd, maar het bood ons wel voordelen. Bovendien ging het daar meer om samenwerking tussen onderzoekers, terwijl De Jonge Akademie daarnaast ook politiek actief wilde worden. Het idee is inmiddels in veel landen opgepikt – allemaal met hun eigen invulling. In Zweden, Turkije, en ik hoorde laatst zelfs in Soedan, komen ‘jonge academies’ van de grond. Het is de bedoeling ook een Europese pendant op te richten, en ook nog een Global Young Scientist Academy. Dus het heeft zich wel verbreid, ja.

Kobus Kuipers (natuurkunde en nanowetenschappen)

Kobus Kuipers.jpg2005
Dit doolhof symboliseert wat we bouwen met nanostructuren. We maken doolhoven voor licht, in de hoop het te vangen. En als ik dat goed doe, dan wordt het licht zo getemd dat ik lichtkogels kan gaan maken. Vandaar ook het kogeltje in het doolhof. Overigens voor alle duidelijkheid, dat heeft geen militaire toepassingen, want dan deed ik het niet. Verder is het een geduldspelletje, en dat past ook, want voor onderzoek heb je een hoop geduld nodig.

2010
Wat ik, naast alle leerzame contacten met de hoogvliegers uit de alfa- en gamma-wetenschappen, veruit het leukst vond, was het bezoeken van scholen met ‘de bus’. Het is heel bijzonder om te merken hoe makkelijk de nieuwsgierigheid van kinderen te prikkelen is, met steeds een paar slimmerds in de klas die vragen stellen waar je zelf nog nooit aan gedacht hebt. En steeds een paar jongetjes, altijd jongetjes, die de boel in de fik willen steken... Aardig vond ik ook dat achteraf de leraren opmerkten dat wij vragen van kinderen direct met een tegenvraag beantwoordden – niet met een jijbak als ‘Wat denk je zelf?’ maar met een inhoudelijke vraag. Ik weet natuurlijk niet wat dat betekent, en of het typisch iets van wetenschappers is, ook niet of het een goede lesmethode is, maar het viel de leraren echt op.

Bron: Akademie Nieuws maart 2010

De mini-interviews uit 2005 werden gemaakt door Liesbeth Koenen, de meeste uit 2010 door Marian Tjaden. Hans van Maanen interviewde Hans Hilgenkamp, Kobus Kuipers en Wiro Niessen.

Kruimelpad:
  1. Home
  2. Actueel
  3. Nieuws

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken